Eind mei besluit ik een aantal dagen de Biesbosch in te gaan per kajak. Na een aantal brede (en drukkere) waterwegen zoek ik de rust op van de meanderende ondiepe wateren en laat de moterboten achter me. Het is een oase van rust, hoewel…  ik ben niet alleen ..pal voor de boeg van mijn kajak duikt een noordse stern keer op keer het water in op zoek naar een lekker visje. Grote groepen canadese ganzen drommen samen en even verderop maant een futenouder de jongen luid en duidelijk uit mijn buurt te blijven.


 

 

 

 

 

 

Aan het einde van de middag leg ik aan bij een paalkampeerplek en span mijn tarp af. ‘s Avonds val ik in slaap naast het kabbelend water en met rustgevend gedrup op het tarpdoek. Het regent niet maar de wilgen in de Biesbosch zitten vol met schuimcicaden, alias ‘spuugbeestjes’. De larven doen zich tegoed aan het sap van de bomen en scheiden dit vervolgens uit samen met een soort was waar ze in blazen. Dit vormt schuim wat ze beschermt tegen uitdroging en natuurlijke vijanden. Regelmatig drupt het uit de boom naar beneden, waardoor het lijkt te regenen.
De volgende dagen verken ik meer van de watertjes die me door de rietjungle leiden. Het is een waar vogel(aar)paradijs, het zang en ‘(ganzen)gak’-concert gaat de hele dag door en een paar keer flitst er een prachtig blauw oranje ijsvogel langs.
Op één van de avonden dobber ik nog even rustig in het avondzonnetje op het water. Er zwemt een bever langs en even later spot ik er nog één die rustig aan een net afgeknaagde wilgentak zit te knabbelen. Met mijn voeten bengelend in het water zit ik met een smile van oor tot oor van dit schouwspel te genieten.

Naast al dat moois zijn er de brandnetels en muggen die het op m’n blote benen en bij het toiletteren ook op mijn billen hebben voorzien. Ik kan bíjna begrijpen dat er mensen zijn die (basic) kamperen maar niks vinden..

Een groot voordeel van kamperen in de Biesbosch is uiteraard: water genoeg. Je moet het alleen even filteren of koken om het drinkbaar te maken. Terwijl ik hier op de laatste ochtend met m’n voeten in het koele water mee bezig ben, voel ik me een bevoorrecht mens. Bevoorrecht om tijd te kunnen doorbrengen in dit mooie gebied én om thuis schoon drinkbaar water uit te kraan te hebben. In Nederland behoorlijk vanzelfsprekend, maar zeker iets wat ik die avond weer thuis extra waardeer bij het opendraaien van de douchekraan…